Maaien beeldkwaliteit A, met een ondergrond beeldkwaliteit C. En dan?

Peter van de Ven

Een blog van: Joost Haest & Rixt Holsbrink, Severijn Hulshof advocaten

Een aannemer verkrijgt opdracht om op basis van een beeldbestek gras te maaien op kwaliteitsniveau A conform de Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte (KOR 2018). De ondergrond blijkt in de praktijk evenwel oneffen en hobbelig, vergelijkbaar met kwaliteitsniveau C. De aannemer moet daardoor meer kosten maken om het gras op de gevraagde beeldkwaliteit A te brengen, bijvoorbeeld door andere en/of intensievere inzet van materieel en personeel. De vraag die dan rijst is of de aannemer recht heeft op vergoeding van deze extra kosten.

Bestek dient alle relevantie informatie te bevatten
Er is geen expliciete bepaling in de Standaard RAW bepalingen 2015 (hierna: RAW 2015) dat de ondergrond een zelfde kwaliteitsniveau moet hebben als de bestekspost. Dat is wellicht ook gelijk de reden dat deze discussie vrij regelmatig gevoerd wordt tussen opdrachtgevers en aannemers.
Maar op grond van de RAW 2015 is het wel zo dat de aannemer redelijkerwijs mag verwachten dat de werkzaamheden behorend bij een bepaalde beeldkwaliteit uitgevoerd kunnen worden met het te verwachten en/of gebruikelijke materieel en de te verwachten en/of gebruikelijke inzet. De aannemer behoeft dan ook niet te verwachten dat de ondergrond van het grasveld bijvoorbeeld vol gaten en kuilen ligt die behoort bij beeldkwaliteit C, omdat de aannemer dan niet met het te verwachten / gebruikelijke materieel en inzet zijn maaiwerkzaamheden kan uitvoeren. In dat kader is artikel 01.24.02 RAW 2015 van belang, waarin staat dat het bestek alle relevante informatie bevat die van belang is voor de uitvoering van de werkzaamheden:


Het ligt dan ook op de weg van de opdrachtgever om vooraf te melden in het bestek dat sprake is van een ondergrond met kwaliteit C. En gebeurt dat niet, dan is dit de eerste grond om aanvullende werkzaamheden / extra inzet vergoed te krijgen.

Beoordeling bij aanvang werk
De tweede grond is te vinden in artikel 51.24.01 van de RAW 2015 waarin uiteen is gezet dat de aannemer voorafgaand aan de maaiwerkzaamheden de mogelijkheid heeft de grasvelden te beoordelen op eventuele beschadiging van de grasvegetatie of de ondergrond, die de kwaliteit van het maaien negatief zal beïnvloeden:


Vergelijk ook artikel 01.24.05 lid 02 van de RAW 2015 waarin een meer algemene bepaling is opgenomen dat de aannemer bij aanvang van het werk mag controleren of het te onderhouden gebied wel voldoet aan het voorgeschreven kwaliteitsniveau:


Op basis van dit artikel is de termijn voor melden afwijkend kwaliteitsniveau zelfs acht maanden, indien vanwege de aard of omstandigheden van het werk de afwijkingen niet eerder konden worden beoordeeld. Zie ook artikel 01.24.05 lid 07 RAW 2015:



De handleiding bij de RAW 2015 geeft bij artikel 51.24.01 RAW 2015 aan dat - indien nodig - in overleg met de opdrachtgever moet worden afgesproken welke aanvullende werkzaamheden zullen moeten worden verricht naar aanleiding van de vastgestelde omstandigheden die het maaien negatief kunnen beïnvloeden:


En aanvullende werkzaamheden leidt tot verrekening van meer- en minderwerk conform paragraaf 35 lid 1 sub a en paragraaf 36 UAV.

Conclusie
In het geval de aannemer het gras moet maaien op beeldkwaliteit A, terwijl de kwaliteit van de ondergrond een kwaliteitsniveau kent die afwijkt van niveau A dan heeft te gelden dat de aannemer recht heeft op vergoeding van de (extra) kosten die die gepaard gaan met aanvullende werkzaamheden.
 
Joost Haest & Rixt Holsbrink
Severijn Hulshof advocaten
 
©2020 All rights reserved Privacy statement -
Cookie statement -
Disclaimer -
Voorwaarden -
Beheer door
Scroll naar boven